De koffiebonen
Er zijn 2 soorten koffiebonen: Robusta en Arabica. De Robustaboon geeft een harde, krachtige smaak en de Arabicaboon is mild en aromatisch. In 't Konkeltje vindt u vooral de Arabicabonen. Enkele espressomelanges bevatten ook Robusta om een verrassende smaakmix te creëren.
De maalgraad
In de 18e eeuw werden in Nederland thuis de koffiebonen gebrand en in een vijzel fijngemaakt alvorens met koffiezetten kon worden begonnen.
Als het gaat om koffiemalen zijn er weinig spannende ontwikkelingen geweest: Van de vijzel tot handmolens tot elektrische molen. Tegenwoordig zijn er de volautomatische koffiemachines die zowel malen als koffiezetten.
Een perfecte maling is van groot belang: elke manier van koffiezetten vraagt een eigen maalgraad. Is bijvoorbeeld voor een espressomachine de koffie te grof dan ontstaat er weinig koffiesmaak en is de koffie te fijn, dan wordt deze bitter.
Koffiezetten in Nederland
De Konkel is een van de eerste koffieketels in Nederland: De koffie ging er in, water erop en koken door de ketel in een daarvoor geschikte ruimte in de kachelpijp te plaatsen. Tijdens het koffiezetten en -drinken werd lustig gepraat. Natuurlijk ook geroddeld en dat is de wat negatieve betekenis die we tegenwoordig aan 'bekonkelen' geven.
Vervolgens werd de kraantjeskan bedacht. Onderin gaat de koffie, dan heet water erop en de spiritusbrander zorgt dat de koffie pruttelt. De drab blijft onder het kraantje, zodat alleen de koffie getapt kon worden.
In Nederland is het systeem verder ontwikkeld tot het filtersysteem: de opzetpot. Bovenop de witte koffiepot zit een hoog filter met onderin gaatjes. Daarin gaat de gemalen koffie. Bovenin zit ook een filter met gaatjes, het water wordt bovenin geschonken en druppelt op de koffie waardoor het water gelijkmatig over de gemalen koffie verdeeld wordt. Uiteindelijk druppelt de koffie in de koffiepot.
Deze pot is opgevolgd door de handmatige opschenkmethode met een papieren koffiefilter in een houder. In 1970 gebruikte 40% van de Nederlanders deze methode.
Daarna ontstond het automatische koffiezetapparaat. En sinds enkele jaren de Senseo.
Koffiezetten elders
In Engeland (1850) ontwikkelde Cona de Cona Coffeemaker: Het fonduestel onder de koffiezetters. In de onderste bol gaat het heet water. In de trechter daarboven gaat de gemalen koffie.
Het water borrelt naar de trechter, de vlam wordt gedoofd waarna de koffie naar de bol terugloopt.
In Frankrijk werd de cafetière ontwikkeld. De gemalen koffie gaat onderin, er wordt heet water op geschonken. Vervolgens 3 minuten laten trekken en de zeef naar beneden drukken.
Italianen ontwikkelden de espressopot. Onderin gaat het water, daarboven zit een zeefje waar de koffie in gaat. Door de pot te verwarmen pruttelt het water door de koffie en komt bovenin uit een pijpje. De koffie zit tenslotte in het bovenste gedeelte.
De espressomachine die daarna volgde, werd veel in de horeca gebruikt en is nu ook thuis in opkomst.